Skipr: Slimmer bouwen met partner
April 2011
Is er door langdurige partnerships met marktpartijen slimmer en efficiënter te bouwen? Bouwers, bank en bestuurders over publiek-private samenwerking in de zorg
"De zorg is een dynamische sector waar bouwbedrijven met grote interesse naar kijken", aldus gastheer René van Duuren, directeur van Blanxx. Bij publiek-private samenwerking (pps) worden ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en/of facilitaire dienstverlening als één opdracht uitbesteed. Daarvoor wordt een prestatiegerelateerde beloning vastgesteld. Doordat de betaling gefaseerd plaatsvindt over de looptijd van het contract en gebaseerd is op daadwerkelijke beschikbaarheid van gebouw en dienst, blijven partners geprikkeld om goed te presteren.
Terugverdienen
Goede verstandhouding
Beter en slimmer
Eigenaar
Bestuursvoorzitter Edo van den Assem van TBI Holding vergelijkt pps graag met een leaseauto. "Op basis van een contract van vier jaar betaal ik voor zo'n auto een vast bedrag. Wil ik ook een navigatiesysteem in de auto, dan gaat dat maandbedrag al een stukje omhoog."
De ziekenhuizen zijn volgens Van Duuren een interessante sector voor de bouwbedrijven omdat zij conjunctuurongevoelig zijn. Daar komt nog bij dat Nederland vergrijst, waardoor er steeds meer beroep op de zorg wordt gedaan. Michel van Schaik, directeur Gezondheidszorg van Rabobank Nederland: "De zorgbedrijven waren onder het oude vergunningenstelsel gewend om heel gemakkelijk en goedkoop geld te lenen, maar zijn nu afhankelijk geworden van een beperkt aantal grootbanken. Het lijkt me daarom goed om ook andere partijen een rol te laten spelen bij de financiering van zorgplannen." Volgen hem zijn er wel verschillen tussen de publiek-private samenwerking bij infra-projecten en bij nieuwbouw in de zorg omdat financiers niet met de overheid van doen hebben. Zorginstellingen moeten hun eigen broek ophouden en de overheid gaat steeds verder van zorginstellingen afstaan. Pensioen- en beleggingsfondsen zouden voor ziekenhuizen een interessante partij kunnen zijn, mits investeringen rendement opleveren.
Marjanne Sint, voorzitter van de raad van bestuur van de Isala klinieken, is het met Van Schaik eens dat investeringen door derden rendement moeten opleveren. "We zitten in een sector die voor een groot deel budgetgefinancierd is en dat heeft invloed op de mindset. Als iemand aandelen koopt, doet hij dat vanwege het dividend of de koersstijging. Waarom zou iemand van buiten investeren als hij er niets voor terugkrijgt? Je moet het kunnen terugverdienen."
Bestuursvoorzitter Chiel Huffmeijer van het HagaZiekenhuis gelooft ook in partnerships met pensioenfondsen. Uit ervaring weet hij dat die partijen zich nog terughoudend opstellen. "De kantorenmarkt en de winkelcentra kennen ze. Die kunnen ze natuurlijk ook weer gemakkelijk afstoten". Dat brengt Van den Assem op een knelpunt voor pps-constructies voor ziekenhuisbouw. "Kijk naar moderne ziekenhuizen en de apparatuur die daarvoor op de markt komt. De IT verandert erg snel. En dat terwijl je bij pps-projecten wilt weten hoeveel je per maand betaalt als je het over tien tot vijftienjaar uitsmeert. Je moet je afvragen wel deel van het ziekenhuis daarvoor stabiel genoeg is."
Een nadeel is dat pps vraagt om langlopende contractuele relaties tussen bedrijven, terwijl die contracten op basis van goede verstandhouding tussen vertegenwoordigers van die bedrijven gesloten zijn. Gaat ‘Jantje' weg en kun je het niet vinden met ‘Pietje' die hem vervangt, dan verloopt samenwerking minder prettig.
Adviseur Paul van den Broek van BS Health Consultancy wijst erop dat via pps ook kennis en expertise vanuit andere sectoren kan worden ingebracht. Jack Thiadens, bestuursvoorzitter van het Laurentius Ziekenhuis, haakt daar op in. Hij stelt dat bouwers mogelijk beter nadenken over de bouw van ziekenhuizen als ze ook het onderhoud in de jaren na de bouw voor hun rekening nemen. Eén van de interessantste projecten is volgens hem het bouwen van een ziekenhuis vanuit een optimale logistiek. "Op dat gebied lopen we in Nederland nog achter. We moeten meer aandacht besteden aan standaardisatie, flexibiliteit, alternatieve aanwendbaarheid en compactheid. Je moet in Nederlandse ziekenhuizen vaak nog ver lopen, omdat concepten te weinig op maat ontwikkeld zijn." Van den Assem: "Ik ben er wel voor dat je bij aanbesteding zorgt voor een incentive voor de bouwer, zodat hij ook echt voordeel heeft als het ziekenhuis goed gebouwd en onderhouden wordt. Voor extra betrokkenheid moet de bouwer onderdeel uit maken van het team."
Bouwers doen het niet alleen voor het geld. Van den Assem: "Een bouwer wil betrokken zijn. Het zit in zijn natuur om mee te denken, om te onderzoeken of het beter en slimmer kan. Daar moet je hem niet op vertrouwen, maar wel op uitdagen. Bouwers vinden het namelijk veel minder leuk om iets te bouwen dat iemand anders verzonnen heeft." Die incentive kan volgens Van den Assem zitten in de onderhoudscontracten. "Wij hebben bijvoorbeeld onderhoudscontracten met Shell die ons verplichten om het onderhoud ieder jaar verder te optimaliseren en de kosten te drukken."
Marjanne Sint kan daarover meepraten. Voor het huidige bouwproject zocht de Isala klinieken ook een partner. Sint: "met de bouwende partij hebben we een aantal KPI's (key performance indicators) opgesteld onder ander voor besparingen op de total cost of ownership. Je merkt dat door investering en samenwerking in het begin allerlei problemen gewoon worden opgelost." Als voorbeeld noemt ze de aansluiting van een deel van het oude gebouw op de nieuwbouw. "Omdat we toch minder geld uit te geven hebben dan in de oorspronkelijke plannen, hebben we besloten om een deel van het oude gebouw te laten staan dat anders vervangen zou worden. De benodigde aanpassingen om die aansluiting mogelijk te maken gaan geruisloos, zonder dat er meteen een rekening achteraan komt."
René van Duuren vraagt zich af of het voor ziekenhuisdirecteuren van belang is om eigenaar van een pand te zijn. Dat blijkt bij Huffmeijer gevoelig te liggen. Sint is er minder emotioneel over. "Toen ik kwam, heb ik onderzocht of het voordeliger zou zijn om er een partij tussen te zetten, maar die wil dan wel geld verdienen aan ons bedrijfsmiddel. Mijn conclusie was dat ik beter een partij kon zoeken die als core business heeft om geld te maken door geld uit te lenen. Als dat is afbetaald, gaat hij de poort weer uit."
