P&Oactueel: Nieuwe arbeidsmarkt vraagt om nieuwe arbozorgverlening
29 maart 2010
De arbeidsmarkt verandert van structuur, en de arbozorgdienstverlening zou daarom mee moeten veranderen. Nu gebeurt dat te weinig, wat tot gevolg heeft dat bedrijven kunnen weglopen.
Dat zegt Paul van den Broek op basis van een rapport van BS Health Consultancy.
In het onderzoeksrapport 'Arbozorgverlening in nieuw perspectief' worden twee belangrijke trends op de arbeidsmarkt genoemd. In de eerste plaats is er de vergrijzing. Om in 2020 de vraag naar arbeidskrachten op te kunnen vangen zal circa 75 procent van de Nederlanders in de leeftijdscategorie 55 tot en met 66 jaar nog deel moeten uitmaken van de werkzame beroepsbevolking. In 2009 was dit percentage nog 47 procent.
FLexibliteit
Nieuwe initiatieven
Basti Baroncini, redacteur P&Oactueel
De tweede trend is de flexibilisering. Het traditionele patroon met langdurige vaste dienstverbanden bij één werkgever verdwijnt. Op dit moment is ongeveer 9 procent van de werkzame beroepsbevolking een ZZP-er.
Paul van den Broek: ‘Als je andere typen werknemers hebt op de arbeidsmarkt, is er ook andere arbozorgverlening nodig. Maar hoewel de vraag verandert, blijft het aanbod vooralsnog achter. De huidige arbozorgdienstverleners denken nog te klassiek en traditioneel. Op dit moment gebruiken ze abonnementssystemen, maar het gevaar is dat ze business gaan verliezen omdat bedrijven weglopen naar andere partijen, bijvoorbeeld verzekeraars.'
Preventieve gezondheid
De wens van bedrijven is volgens Van den Broek bijvoorbeeld om de inzetbaarheid te vergroten: ‘Bedrijven hebben meer behoefte om mensen langer aan het werk te houden. De werknemer wordt ouder en dus wordt preventieve gezondheid belangrijker. Nu gebeurt dat nog onvoldoende.´
Van oudsher is de arbozorgverlener gericht op het bieden van verzuimbegeleiding aan de werkgever. Bij de meeste werkgevers is dit verzuim op orde en laag (4 procent). Mede daarom is in toenemende mate het vizier van arbozorgverleners gericht op de 96 procent niet-verzuimende werknemers. Langzamerhand leidt dit bij de arbozorgverleners tot een accentverschuiving van verzuim- naar gezondheidsmanagement: meer gericht op preventieve elementen en vitaliteit, op voorzorg in plaats van nazorg.
Daarnaast is er de trend van de flexibilisering. ´ZZP´ers zijn eigenlijk werkgever en werknemer ineen. Ook zij hebben behoefte aan arbozorg-ondersteuning, maar deze groep wordt nog onvoldoende bediend door de huidige dienstverleners. Je zou ze eigenlijk beter kunnen instrumenteren om hun eigen arbozorg goed te regelen. De kern van ons verhaal is eigenlijk dat wanneer je een ander type werkende krijgt, je daar ook andere diensten op moet gaan aanbieden.'
In het rapport staan ook nog vijf nieuwe mogelijke initiatieven om beter tegemoet te komen aan de veranderende vraag vanuit de markt:
